Column in De Volkskrant, 29 maart 2025

’Iedereen is vrij om er zijn eigen visie op na te houden, maar als er leugens over ons werk in seksuele voorlichting worden verspreid, is dat de grens.’ Luc Lauwers van Kenniscentrum Rutgers is de lastercampagne van Civitas Christiana meer dan zat. Hij sleept de als christelijk vermomde stichting voor de rechter. Civitas voert al jaren een agressieve hetze tegen seksuele voorlichting. Het ultraconservatieve clubje declameert fabeltjes dat kleuters worden aangemoedigd te masturberen en dat de lesmethoden aanzetten tot gebruik van dildo’s, transgenderindoctrinatie en pedofilie.

Achter Civitas zitten traditionalistische katholieken, type JD Vance, ‘die grote onvrede hebben met de wending die de westelijke cultuur genomen heeft’, zegt religiewetenschapper Ernst van den Hemel. Het Roomse Rijk is het voorbeeld waarnaar het Westen moet terugkeren. Hun extreme campagnes – zoals tegen homoseksualiteit, islam en ‘klimaatdrammerij’ – vinden breed weerklank, vooral in extreemrechtse hoek.

Zorgelijk. Hoewel 9 op de 10 ouders vinden dat seksuele voorlichting op school thuishoort, zorgt deze kleine, maar luidruchtige groep extremisten voor onrust. Intimidatie van docenten, Rutgers-medewerkers en kinderboekenschrijvers, zelfs doodsbedreigingen. Populistische politici papegaaien de klinkklare onzin na. Het maakt scholen huiverig. Tekenend is de daling van het aantal deelnemende scholen aan de Week van de Lentekriebels. Terwijl relationele en seksuele vorming juist leidt tot een positiever zelfbeeld en kinderen helpt te bepalen wat ze wel en niet prettig vinden. Met een lager risico op geslachtsziektes, ongewenste zwangerschappen én seksueel overschrijdend gedag.

5 jaar oud was Pauline, toen haar moeder een nieuwe vriend kreeg. ‘Als we alleen waren wilde hij aan mij zitten, mij in bad doen. Hij bracht mij altijd met de auto ‘om me te beschermen tegen enge mannen’. In diezelfde auto vond het misbruik plaats.

Mandy werd tussen haar 8ste en 14de seksueel misbruikt door haar opa. ‘Maar hij was mijn opa en niet vies of eng. Dus wist ik niet dat wat er met mij gebeurde seksueel misbruik was. Wel wist ik dat ik er niet over kon praten. Want als de familie uit elkaar zou vallen, was dat mijn schuld.’

In iedere basisschoolklas zitten naar schatting twee kinderen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik, maar vraag wie, en het blijft akelig stil. Hoe komt het dan toch? Natuurlijk, misbruik is moeilijk te herkennen. Blauwe plekken kun je zien aan de buitenkant, maar seksueel misbruik niet. Bovendien zijn kinderen meesters in maskeren. Zoals Pauline: ‘Van binnen was ik bangig, van buiten vrolijk.’ Maar is dat wel het hele verhaal? Kijken we niet gewoon te makkelijk weg, door onvoldoende te praten in de klas, uit angst om het fout te doen en boze ouders op de stoep te krijgen? ‘Als er met kinderen wordt gesproken over aanraken, grenzen en geheimen dan gaan misbruikte kinderen eerder vertellen, zo blijkt uit onderzoek’, zegt Iva Bicanic, directeur van Centrum Seksueel Geweld. ‘Het is belangrijk dat we kinderen al vanaf heel jonge leeftijd leren over wensen en grenzen.’

Het Jeugdjournaal maakte in dat kader twee knap gemaakte uitzendingen. De komende Week van de Lentekriebels is een uitgelezen moment om ze eens te bekijken en erover te praten. In de klas en thuis. In Nederland mag dat gewoon, vijfhonderd jaar na het bij Civitas Christiana gedroomde Roomse Rijk.

Bron: De Volkskrant, 29 maart 2025